Ton Dopp
|
![]() |
Ton begon op zijn 15de met spelen bij Da Capo, samen met zijn moeder die mandoline speelde. Hij speelde op de gitaar. De bassist ging weg en toen heeft hij het overgenomen. Hij kreeg 5 of 6 jaar les van Guibert Frijens. Zijn leraar speelde in het concertgebouw orkest. Ton oefende fanatiek. Iemand uit de buurt waar hij toen woonde, vroeg wie er toch trombone speelde. Maar het was Ton die het bassen oefende. Hij vond het leuk om samen met zijn lieve moeder te spelen, zo hielden ze contact. Corrie en Kitty spelen nu bij AMTG en zij zaten ook op Da Capo, Kitty was er een tijdje dirigent. Maar helaas werd het orkest na een tijdje opgeheven. Voordat hij bij AMTG speelde, was hij gitarist bij het AMKO, het Amsterdams Mandoline Kamer Orkest. Toen ook dat werd opgeheven was hij een tijdje orkestloos.
Carlo heeft Ton gevraagd om bij AMTG te komen spelen, als bassist. Dat zou mij, als nachtegaal nooit gebeuren. Het lijkt mij een grote eer om gevraagd te worden. Hij vermoedt dat hij zeker 15 jaar bij AMTG speelt op de bas.
Donderdags is er repetitie van AMTG en dat vindt hij een fijn ritme. Elke donderdag muziek maken is gewoon leuk! Hij staat achterin en heeft overzicht over het orkest en doet zijn eigen ding. Ton vindt dat grappig, helemaal als hij een complimentje krijgt. De dirigent Nelleke vindt hij een bijzonder knappe dirigent. Ze is bevlogen en enthousiast.
Naast muziekmaken heeft hij ook een prettig contact met de orkestleden. Dit seizoen heeft hij weer een nieuw instrument leren spelen: de didgeridoo. Na het jaarconcert heeft hij er nog niet op gespeeld, maar dat gaat vast weer komen.
Naast al die glorieuze momenten heeft hij ook een keer iets te heftig gespeeld. Hij speelde de forte iets te hard, waardoor zijn dure stok brak. Sindsdien neemt hij altijd twee stokken mee. Eentje van glasfiber en een gerestaureerde.
Wat mij als nachtegaal het meeste roerde, is dat hij bij een jaarconcert een diashow heeft gehouden, met zijn eigen foto’s. Zijn tweede hobby is namelijk vroeg opstaan en vogels fotograferen. Het waren ijsvogels, die zien er mooi uit, maar kunnen zij ook mooi fluiten?

